Rond de oude kern loopt een ring van vesten met windmolens, en net daarbuiten begint een ander Brugge. Sint-Andries en Sint-Michiels hebben villawijken en bossen, Sint-Kruis loopt uit in de polder en in het noorden trekken de kanalen naar de haven van Zeebrugge. Wie hier een feest geeft, zoekt zelden een zaal met kroonluchters: een weide met een rij populieren of een tuin aan het water past beter.
Brugge is een stad van vaarten. De Damse Vaart snijdt kaarsrecht door de polder naar Damme, het kanaal naar Gent passeert Oostkamp en Beernem, en het Boudewijnkanaal verbindt de stad met de zee. Langs die oevers liggen jaagpaden, sluizen en boerderijen met zicht op het water. Een receptie aan zo'n oever voelt vanzelfsprekend: het licht valt laag over de weides en de gasten kijken over het water in plaats van tegen een muur.
De kust ligt op een kwartier rijden, maar het Ommeland biedt iets wat de dijk niet heeft: stilte en ruimte. Rond Oostkamp en Beernem vind je domeinen met oude dreven en vijvers, tussen de polderwegen hoeves met een ruim erf. Voor een huwelijk met gasten uit het buitenland of een bedrijfsfeest na een dag aan zee is dat een groene, rustige uitvalsbasis.