Halle ligt op een kruispunt. Noordwaarts begint de Brusselse rand, westwaarts het Pajottenland, en een paar kilometer zuidelijker spreekt men Frans. Die ligging maakt de stad al eeuwen tot een ontmoetingsplek, ook voor pelgrims: de basiliek met haar Mariabeeld trekt al sinds de middeleeuwen bedevaarders aan. Gastvrijheid voor mensen van elders zit hier dus diep in de muren.
Ten westen van Halle rolt het Pajottenland uit, met akkers, hagen, beekjes en hoeves met witgekalkte muren. Het is ook het land van lambiek, het spontaan gegiste bier waaruit geuze en kriek voortkomen. Een wijnbar is hier dus te gast in een streek met een eigen drankcultuur, en dat contrast geeft een feest op een Pajotse hoeve net iets extra.
Door Halle lopen ook de Zenne en het kanaal naar Charleroi, en langs dat water staan bedrijfspanden en nieuwe woonprojecten. Samen met de villatuinen aan de stadsrand en de hoeves op het platteland geeft dat een brede waaier aan plekken: van een bedrijfsfeest aan het kanaal tot een tuinfeest onder de hoogstammen van een Pajotse boomgaard.