Doornik was al een Romeinse nederzetting aan de Schelde, en later regeerden de eerste Merovingische koningen hier. Die lange geschiedenis zie je overal: in de kathedraal met haar vijf torens, in het belfort dat als het oudste van België geldt, en in de Pont des Trous, de middeleeuwse versterkte brug over de rivier. Tussen die monumenten liggen stille binnenkoeren achter hoge muren.
Doornik gaf ook zijn naam aan een bouwsteen. De donkere kalksteen uit de groeven rond de stad werd via de Schelde verscheept en zit in kerken tot diep in Vlaanderen, in de stijl die we Scheldegotiek noemen. Een feest op een binnenkoer van die steen speelt zich letterlijk af op een stuk geschiedenis dat Vlaanderen en Wallonië delen.
De grens bepaalt ook het publiek. In de eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik gaan werk, familie en vriendschap vlot over de grens heen. Een huwelijk met een Franse schoonfamilie of een bedrijfsevent met klanten uit Noord-Frankrijk voelt hier vanzelfsprekend. Dat vraagt een ontvangst waarin iedereen zich snel thuis voelt, welke taal de gasten ook spreken, en een wijnkaart die niemand hoeft te vertalen.