Stel je een zomeravond voor op een voormalige mijnsite: bakstenen gebouwen, stalen schachtbokken tegen een oranje lucht en de Defender met open achterklep op het plein ervoor. In Genk heeft niemand dat decor verzonnen; het is wat er overbleef van de mijnen van Winterslag en Waterschei. De steenkool verdween, de gebouwen bleven en kregen een nieuwe rol.
De mijnen brachten ook mensen: uit Italië, Griekenland, Spanje, Turkije, Marokko en nog veel meer landen. Hun kinderen en kleinkinderen maken van Genk een van de meest diverse steden van België, en dat merk je aan de bakkers, de keukens en de feesten in de oude tuinwijken. Een gastenlijst met meerdere talen en generaties is hier niets bijzonders.
Tegelijk vind je binnen de stadsgrenzen meer groen dan je van een mijnstad zou verwachten. Aan de oostkant begint het Nationaal Park Hoge Kempen, met heide, dennenbossen en weidse uitzichten over het Kempens plateau. Villa's en domeinen aan die bosrand lenen zich voor huwelijken en tuinfeesten, zodat een Genks event even goed industrieel als landelijk kan aanvoelen.